Wat is de ‘maker beweging’ / ‘maker movement’ / ‘maker culture’?

De maker beweging (of de Engelse varianten daarop), betreft een stroming mensen die graag in hun schuur of op hun zolderkamer lekker experimenteert, ontwerpt, uitvindt en bouwt met digitale middelen, zoals bijvoorbeeld 3D printers, microcomputers en sensoren. Door deze middelen dan weer te verbinden met (de mogelijkheden van) het internet ontstaan er eindeloos veel nieuwe mogelijkheden om dingen te creëren. Een doe-het-zelf beweging dus maar technologie-based.

Wisdom of the crowd

Dankzij het internet is het veel makkelijker geworden om kennis te delen en kennis van anderen te gebruiken. Iedereen kan nu uitvinden en maken. Al die gratis kennis en gemakkelijke, snelle verspreiding daarvan zorgen ervoor dat uitvinden en zelf doen/maken opeens toegankelijk is geworden voor een veel bredere groep mensen. Van mensen die YouTube video’s kijken om vervolgens zelf thuis lampen op te hangen of banden te verwisselen, tot kinderen die een nieuwe taal leren door middel van gratis apps. Wisdom of the crowd is hot en de mogelijkheden zijn eindeloos en kunnen dus ook benut worden om nieuwe, fysieke, dingen te maken. En dat is in het onderwijs ook te merken.

De maker beweging in het onderwijs

Vooral het digitaal ‘doe-het-zelven’ wordt steeds populairder in het onderwijs. De maker beweging biedt het onderwijs tal van mogelijkheden om kinderen zichzelf op een andere manier te laten ontwikkelen: betrokken bij techniek, bezig met hun handen én hun hoofd, gebruikmakend van gratis kennis en ze ontwikkelen ook nog algemene vaardigheden zoals informatievaardigheden en probleemoplossend denken. Het ontwerpproces om tot het uiteindelijke fysiek product te komen is daarbij essentieel. De kinderen moeten eerst nadenken over voor wat of voor wie je iets maakt en hoe het hoort te werken, alvorens ze starten met de bouw.

fragment-jong-geleerd-2punt0

Fragment uit de brochure Jonge geleerd 2.0 over Lotte en de bel die zij programmeerde in de FAB-klas.

De kinderen worden gestimuleerd hun fantasie te gebruiken en ze mogen dingen bouwen die hen persoonlijk aanspreken. Zo vertelt Lotte van 15 hoe zij in de FAB-klas van het Haagse Christelijk College de Populier haar eigen muziekbel programmeerde. “Ik zocht noot voor noot uit via internet.” Ze maakte een bel die het mariodeuntje afspeelt. Lotte had nog geen kennis van programmeren, dus het duurde even voordat het klaar was. Maar dat is niet erg. “Ik wist wat ik wilde, maar hoe ik het moest aanpakken, wist ik niet precies. Gelukkig kun je hier je plannen altijd overleg – gen met docenten. Zij gaven me vaak tips, waardoor ik verder kon.” Lotte merkt dat de FAB-klas niet alleen leuk is om haar creatieve ideeën uit te werken; ze steekt er ook nog wat van op. In de natuurkunde les ging het onlangs over weerstanden. Aangezien zij daar al mee gewerkt had, wist ze dingen die andere kinderen nog niet wisten. “Ik doe in de FAB-klas wat ik leuk vind en intussen leer ik ook nog. Ik vind het zo leuk, dat ik later Robotica wil studeren”, aldus Lotte.

Jong geleerd 2.0

Ondanks dat kinderen leren door te doen, wordt hen hier ook geleerd dat het later belangrijk is vooruit te denken alvorens je zomaar gaat bouwen. Een combinatie van offline en online leren komt prachtig samen in de maker beweging. De digitale omgeving als nieuwe leeromgeving met virtueel gereedschap dat leidt tot nieuwe fysieke producten. Kennisnet publiceerde de interessante brochure genaamd Jong geleerd 2.0 waarin de organisatie laat zien hoe dat gaat en deelt ervaringen met de maker beweging. Leraren en leerlingen vertellen over hun ervaringen met het uitvinden en bouwen door middel van het internet en digitale hulpmiddelen.

Interesse in een gesprek?

neem contact op met Marcel Maes